Taalvaardigheid VO/secundair onderwijs

Vrijdag 20 november

13.15 u. - Barbara Axters en Kaat Rykaert

Aan de mengtafel! Variëren in complexiteit bij spreek- en schrijfopdrachten

In deze sessie stellen we een didactisch instrument voor dat leraren helpt om systematisch te variëren in de complexiteit van spreek- en schrijfopdrachten.
Het 'mengpaneel' visualiseert taalopdrachten via schuivers, waaronder ook AI als parameter, zowel om over te nemen als om het denken te stimuleren. Zo ondersteunt het instrument het ontwikkelen van leerlijnen en het differentiëren binnen diverse klascontexten.

We tonen hoe korte taalprikkels gecombineerd worden tot grotere, doelgerichte opdrachten.
Daarnaast verkennen we een digitale generator die automatisch opdrachten samenstelt op basis van de parameters van het mengpaneel.
Tot slot delen we praktijkervaringen uit professionaliseringsnetwerken in het secundair onderwijs.
Ontdek hoe dit instrument bijdraagt aan meer variatie, opbouw en differentiatie in taalvaardigheidsonderwijs.

14.15 u. - Thomas Pierrart

Schrijfvaardigheid in de les Nederlands: van A(I) tot Z(elfreflectie) 

In het hedendaagse onderwijs Nederlands vormt schrijfvaardigheid een van de vele uitdagingen. Aan de ene kant is het basisniveau van leerlingen vaak ontoereikend, met onder meer problemen rond tekststructuur, spelling en registergebruik. Anderzijds stellen er zich allerlei praktische problemen. Neemt het inoefenen van deze vaardigheid tijdens de les niet “te veel tijd” in beslag? Is een goede begeleiding van leerlingen niet te intensief voor de leerkracht? En hoe gaan we in het schrijfonderwijs om met de opkomst van AI?
In deze presentatie wordt, voor het secundair onderwijs, een concreet schrijftraject voorgesteld, dat niet alleen op al deze uitdagingen een antwoord probeert te bieden, maar ook steunt op wetenschappelijke inzichten rond effectief schrijfonderwijs. Het traject werd de voorbije twee jaren reeds met succes uitgerold op een middelbare school in de Brusselse Rand. Meer bepaald werken leerlingen een trimester lang aan de verschillende fases van eenzelfde schrijfproject, waarbij instructie, ondersteuning en oefening hand in hand gaan.

15.45 u. - Ine Desplinter

Samen naar een doorgaande leerlijn voor Nederlands

Veel vakgroepen beschikken over sterke lessen Nederlands en geëngageerde leraren, maar missen het overzicht over de opbouw van het curriculum. Wat leren leerlingen precies in elk leerjaar? Waar bouwen we verder op eerdere kennis en vaardigheden? En waar ontstaan hiaten en onnodige herhaling?
In deze sessie ontdek je hoe een doorgaande leerlijn Nederlands een krachtig instrument kan zijn om de kwaliteit van onderwijs te versterken. Vanuit praktijkvoorbeelden toon ik hoe vakgroepen samen leerlijnen kunnen ontwikkelen die leerplandoelen, minimumdoelen, evaluatie en didactische keuzes met elkaar verbinden. Je maakt kennis met concrete materialen en werkvormen die scholen helpen om verticale en horizontale afstemming te realiseren. De sessie biedt niet alleen inspiratie, maar ook praktische handvatten om in de eigen school doelgericht aan de slag te gaan. 

16.45 u. - Janneke Stuulen

Peerfectie in het schrijfonderwijs: effect van instructie in het geven en verwerken van comparatieve peerfeedback op herschrijven in het voortgezet onderwijs

Waarom leidt goede feedback niet altijd tot een betere tekst? In deze presentatie staat die vraag centraal. Op basis van vier deelstudies uit mijn promotieonderzoek laat ik zien dat de effectiviteit van peerfeedback niet alleen wordt bepaald door de kwaliteit van de feedback, maar vooral door de manier waarop leerlingen deze feedback verwerken tijdens revisie. De resultaten laten zien dat comparatieve peerfeedback leerlingen helpt om inhoudelijke en structurele aspecten van teksten beter te beoordelen. Tegelijkertijd blijkt dat veel leerlingen moeite hebben om feedback te vertalen naar concrete tekstverbeteringen. Leerlingen die feedback actief analyseren en verwerken in een revisieplan realiseren meer kwaliteitswinst dan leerlingen die feedback oppervlakkig verwerken. De studies maken duidelijk dat feedback pas echt effect heeft wanneer leerlingen worden ondersteund bij het begrijpen, beoordelen en gebruiken van ontvangen feedback. Aan de hand van onderzoeksresultaten en praktijkvoorbeelden krijgen deelnemers concrete handvatten om comparatieve peerfeedback zo vorm te geven dat leerlingen feedback niet alleen geven en ontvangen, maar deze ook daadwerkelijk benutten tijdens revisie.