Taal- en letterkunde
Vrijdag 20 november
13.15 u. - Melissa Schuring
Expeditie Jongerentaal: studenten als taalwetenschappers van de toekomst
Veel mensen maken zich zorgen om de toekomst van het Nederlands. Zo zouden jongeren steeds meer Engelse woorden gebruiken en wijkt hun ‘jongerentaal’ zo verder en verder af van de standaardtaal. Klopt dat ook? Moeten we de alarmbel luiden?
In deze bijdrage neem ik jullie mee door de wondere wereld van jongerentaal, en dat op twee manieren. Allereerst gaan we in vogelvlucht door de resultaten van het onderzoek naar de verengelsing van jongerentaal. Hoeveel Engelse woorden gebruiken jongeren in het Nederlands? Hangt dat gebruik af van de context? Moeten we ons zorgen maken?
In een tweede deel focust deze bijdrage op jongerentaal in de klas. Aan de hand van het boek ‘Expeditie Jongerentaal’ introduceer ik drie mini-onderzoeken die leraren concreet in de klas kunnen toepassen. Jongeren scherpen daarbij niet alleen hun onderzoeksvaardigheden aan, maar maken ook kennis met de taalwetenschap en zetten meteen hun eerste stapjes in het veld.
14.15 u. - Bert Oben
Homo Ridens – Waarom (en hoe) mensen voortdurend grappig zijn.
Als je een grap moet uitleggen, valt er meestal nog weinig te lachen. In deze presentatie gaan we toch net dat doen: mensen zijn voortdurend niet-serieus en maken grapjes die niet nodig zijn voor een efficiënte overdracht van informatie. Waarom kiezen we zo vaak voor die humoristische of creatieve route? En welke talige mechanismen gebruiken we zoal voor al die ongein? We verkennen in deze bijdrage eerst waarom humor een onweerstaanbare speeltuin is voor de mens als sociaal en denkend wezen. Vervolgens bespreken we hoe je met woorden, beelden en zelfs je hele lichaam humor kan vormgeven. Het is ondanks het structureel uitleggen van de grappen toch niet uitgesloten dat er hier en daar een lachspier wordt aangespannen.
15.45 u. - Fred Weerman
Toekomst voor het taalonderwijs ?/!
De dalende populariteit van de talenvakken op de universiteiten is jaarlijks terugkerend slecht nieuws waar we al min of meer aan gewend lijken te zijn. Die impopulariteit is óók een reactie op de positie van deze vakken in het voortgezet onderwijs. Ik zal betogen dat die mede zo moeizaam is door een uitgesproken functionalistische kijk op de inhoud van deze vakken. Ten eerste is wat onderwijsbeleidbepalers ‘nuttig' vinden niet per se wat kinderen/pubers aanspreekt. Daar komt nog bij dat het onderwijs en de toetsing van dit ’nut’ niet zelden faalt. Nu bovendien de AI-tools op elke mobiele telefoon beschikbaar zijn, is het zeer de vraag of dit ’nut’-onderwijs reparabel is. Waarom zou je een samenvatting willen leren maken als een AI-tool sneller dan we voor mogelijk hielden een keurige samenvatting genereert? Waarom zou je een tekst willen leren vertalen, als je telefoon dit ter plekke doet, etc. Vergeet daarom het ‘nut' en richt je op de wetenschappelijke fascinatie van taal. Wie dat doet, geeft leerlingen en passant ‘hardware’ die niet achterhaald is bij de volgende generatie hulpmiddelen, maar blijvende waarde heeft.
16.45 u. - Melina De Dijn
Talige sporen van machtsverhoudingen in sollicitatiegesprekken
Wie heeft het woord tijdens een sollicitatiegesprek? Wie stelt de vragen, wie mag het gesprek sturen en wie onderbreekt wie? En wat vertelt een glimlach van een recruiter ons over de onderlinge verhoudingen?
In deze presentatie onderzoeken we hoe machtsverhoudingen zichtbaar worden in sollicitatiegesprekken. Daarbij kijken we niet alleen naar wat er gezegd wordt, maar ook naar hoe deelnemers met elkaar interageren. Aan de hand van begrippen zoals interactionele rechten analyseren we wie controle heeft over het verloop van het gesprek. Daarnaast besteden we aandacht aan non-verbale signalen, zoals glimlachen, en aan taalvariatie: welke rol speelt standaardtaal, en hoe worden andere taalvariëteiten ingezet?
Deze presentatie biedt een inkijk in de subtiele manieren waarop taal en communicatie bijdragen aan selectieprocessen en laat zien hoe macht zich talig manifesteert in interactie op de arbeidsmarkt.