Toetsing en evaluatie

Zaterdag 21 november

09.30 u. - Amaury Van Parys & Rielke Bogaert

Van opdracht tot evaluatie: doordachte schrijfinstructie als basis voor een valide evaluatie van schrijfvaardigheid 

De Vlaamse toetsen worden afgenomen bij alle leerlingen in het vierde en zesde jaar lager onderwijs en het tweede jaar secundair onderwijs. Momenteel wordt voor het toetsonderdeel Nederlands enkel leesbegrip geëvalueerd. Tegelijk loopt er onderzoek naar het opnemen van schrijfvaardigheid in deze toetsen, inclusief de mogelijkheden om schrijfproducten automatisch te beoordelen. Kwalitatieve schrijfproducten beginnen bij doordachte schrijfopdrachten. De inhoud, samenstelling en formulering van een schrijfopdracht hebben namelijk een rechtstreekse impact hebben op het finale schrijfproduct en dus ook op de score van een leerling. In deze sessie gaan we in op verschillende cruciale ontwerpaspecten van schrijfopdrachten, waaronder het genre, het onderwerp en de vereiste tekstlengte. Tot slot zullen we concrete aanbevelingen voorstellen voor elk van deze ontwerpaspecten, die ook in de klaspraktijk tot betere schrijfproducten kunnen leiden. 

 

10.30 u. - Stéphanie Vanderheeren & Rielke Bogaert

Van toetsontwikkeling tot klaspraktijk: inzicht in de Vlaamse toets leesbegrip 

In deze sessie lichten we toe hoe de Vlaamse toets leesbegrip voor het lager onderwijs wordt ontwikkeld, welke kwaliteitscriteria daarbij worden gehanteerd en hoe de resultaten worden omgezet in waardevolle feedback. De resultaten op de Vlaamse toetsen bieden scholen inzicht in de mate waarin de eindtermen voor begrijpend lezen worden behaald. Daarnaast geven ze ook inzicht in het vaardigheidsniveau van de leerlingen (een inhoudelijke omschrijving van wat een leerling precies kan). We presenteren handige handvaten om ook in de dagelijkse praktijk doordacht te evalueren. 

12.00 u. - Louise Lambregts & Rielke Bogaert

Toetsen in beweging: de impact van herwerkte eindtermen 

Sinds 2024 nemen alle leerlingen van het tweede jaar secundair onderwijs deel aan de Vlaamse toets Nederlands. Deze toets gaat na in welke mate leerlingen de eindtermen leesbegrip beheersen. Aangezien er in 2025 verplicht herwerkte eindtermen voor de eerste graad secundair onderwijs in werking traden, is de Vlaamse toets daarop afgestemd.
In deze sessie bespreken we wat zulke curriculumwijzigingen betekenen voor gestandaardiseerde, centrale toetsen. We lichten de concrete aanpassingen in de Vlaamse toets Nederlands toe en gaan daarnaast in op de bredere impact en implicaties. 

13.00 u. - Goedele Vandommele

KOALA onder spanning: op zoek naar een evenwicht tussen beleid en klasrealiteit

Aan het begin van de derde kleuterklas helpt de KOALA om kleuters met extra ondersteuningsnoden te identificeren. De KOALA-screening bevindt zich echter op het snijvlak van verschillende verwachtingen. Beleidsmakers rekenen op betrouwbare informatie om taalontwikkeling Nederlands aan het begin van het leerplichtonderwijs in beeld te brengen, terwijl leerkrachten en schoolteams vooral nood hebben aan bruikbare informatie die hun pedagogisch en didactisch handelen ondersteunt. Tegelijk blijft de beschikbare tijd in scholen beperkt. Hoe kan een screening aan al deze verwachtingen tegemoetkomen zonder de belasting voor scholen verder te verhogen? In deze lezing staan we stil bij de actualisering van KOALA en de keuzes die tijdens het onderzoeks- en ontwikkeltraject werden gemaakt. Centraal stond de vraag hoe meer relevante en handelingsgerichte informatie verzameld kon worden, zonder scholen extra te belasten. We belichten hoe de geactualiseerde screening meer differentiatie mogelijk maakt binnen de groene zone, waardoor ook sterkere taalgebruikers beter in beeld komen. Daarnaast bespreken we hoe een nauwere aansluiting bij de minimumdoelen de inhoudelijke relevantie van de screening versterkt en hoe vernieuwde implementatiematerialen scholen ondersteunen bij de interpretatie en het gebruik van de resultaten.

De lezing biedt niet alleen inzicht in de technische en inhoudelijke aanpassingen aan KOALA, maar plaatst deze ook binnen een ruimer spanningsveld tussen beleidsambities en klasrealiteit. Daarmee willen we bijdragen aan een constructieve dialoog over de rol van taalassessment in het kleuteronderwijs: hoe kan een screening niet alleen signaleren, maar ook ondersteunen, richting geven en kansen creëren voor verdere taalontwikkeling?